Historie

Op de foto v.l.n.r. Guus Sies, Johan Reedijk, Nico Reith.

Aanleiding tot oprichting van Vereniging Goede Raad u.a.

In 1988/1989 werd de voorlaatste Wet Personenvervoer ingevoerd. De consequenties werden vooraf als dramatisch ingeschat. Het uitgeven van vergunningen lag niet langer meer bij de Gemeente Rotterdam doch bij de Provincie Zuid-Holland. Dat op zich was al een tegenvaller, omdat er vanuit de Gemeente Rotterdam altijd een zeker belang werd gehecht aan een goede zakelijke relatie met de branche. De Provincie Zuid-Holland daarentegen zat helemaal niet op deze zaak te wachten en had ook niets met deze branche. Van daaruit werd er een capaciteitsbeleid gevoerd. Dat betekende dat elke ondernemer moest aantonen dat hij voldoende omzet genereerde om zijn taxivergunning te mogen behouden. Jaarlijks zou dit getoetst worden op basis van omzet gegevens. In bijzondere gevallen bij veel omzet en gelijktijdigheid van vervoer konden er meer vergunningen worden toegekend.

De theoretische mogelijkheid bestond dat taxiondernemers niet genoeg omzet zouden hebben om aan het gestelde beladen kilometers te komen. Intrekking zou de uiterste consequentie kunnen zijn. De gedachte bij kleine ondernemers was dat juist zij daar mogelijk problemen mee zouden kunnen krijgen, terwijl dit minder speelde voor grote ondernemingen die alle beladen kilometers op een hoop mochten gooien en delen door het aantal taxi's. Dit bracht ons op een idee en de eerste aanleiding tot oprichting van Vereniging Goede Raad u.a. was geboren.

Dezelfde wet zou voorkomen dat vergunninghouders hun taxivergunning zouden kunnen overdragen aan een opvolger wat zij onder de oude regels bij de Gemeente Rotterdam wel konden doen. Het verborgen argument om dit niet langer toe te staan was de goodwill problematiek dat de politiek altijd een doorn in het oog is geweest. De handel in vergunningen moest over zijn. Dit had als consequentie voor taxiondernemers dat zij dus hun vergunning niet zouden kunnen verkopen en hun appeltje voor de dorst zouden verliezen. Uit angst daarvoor verkochten oudere taxiondernemers op de valreep en naar later bleek overhaast hun taxivergunning aan van Dijk Taxi, met een aantal voor kleine ondernemers zijdelings ongewenste effecten.

Een van die effecten was dat door het grote aanbod van taxivergunningen de waarde kelderde. Er was er maar één die "kakies"had en dat was John van Dijk. Het andere effect was dat van Dijk Taxi daardoor wel een heel erg grote speler in de Rotterdamse Taxicentrale RTC n.v. werd. Omdat elke taxivergunning gekoppeld was aan een aandeel RTC drukte dat dus een belangrijk stempel op de zeggenschap in de aandeelhoudersvergadering. De kleine ondernemer dreigde weggestemd en weggespeeld te worden. Zijn rol was over, het leek een kwestie van tijd, zijn appeltje voor de dorst bleek een klokhuis te zijn geworden. Dit vroeg om een tegenwicht binnen de RTC, aanleiding twee tot oprichting van Vereniging Goede Raad u.a. was geboren. Aanleiding drie was de reeds genoemde onverhandelbaarheid van taxivergunningen en de waardedaling van de goodwill.

De Geboorte


De spanning was aanwezig en de onrust was geboren, de vereniging nog niet. Maar er waren weeën. Ik dacht na over het organiseren van een tegenbeweging. Tegelijkertijd nam ook Ron Griep het initiatief om een schrijven op te stellen vanuit dezelfde bezorgdheid. Op dat moment bleken er, nog los daarvan, ook kleine ondernemers in de Raad van Commissarissen zich zorgen te maken. Dat waren Guus Sies en Nico Reith. Zij namen met steun het initiatief om een vereniging op te richten die een oplossing zou moeten gaan bieden voor de gerezen problemen van de kleine ondernemer.

Zij hebben zich toen gewend naar Dhr. Raymond Kathilly. Een slimme snelle jonge jurist die korte tijd daarvoor nog had gewerkt bij de provincie Zuid-Holland bij de totstandkoming van de provinciale verordening voor taxizaken. Hij wist van de hoed en de rand en zijn adviezen waren te koop. De prijs zou worden betaald door de latere leden van de Vereniging goede Raad u.a.. Het bleek het wel waard te zijn geweest kunnen we nu achteraf zeggen, maar er bleken duidelijk schoonheidsfoutjes te zitten in de constructie.

De oprichtingsvergadering vond plaats in 1990 in Zalencentrum Koos in de Tamboerstraat in Crooswijk. Er werden plannen gesmeed om een vereniging op te richten waarin alle vergunningen van al de kleine ondernemers zouden worden ondergebracht. Het idee was dat op deze wijze de gerezen problemen zouden worden opgelost. Want:

1. Alle beladen kilometers van alle vergunningen kwamen op één hoop terecht en
werden gemiddeld, zodat de zwakkere broeders werden geholpen door de
sterkere broeders. Het idee van "draag elkanders lasten"

2. Nu de taxivergunningen op naam zouden komen te staan van de Vereniging Goede
Raad u.a. betekende dit dat de Provincie Zuid-Holland er niet meer aan te pas hoefde
te komen als er een ondernemer stopte en een ander aspirant-lid toe trad. Het was een
simpele kwestie van één lid er uit en een nieuw lid er bij. De rechtsvorm op zich
veranderde immers niet dus de vergunning behoefde geen wijziging te ondergaan.
Dus ook geen kosten.

3. Alle RTC aandelen van de kleine ondernemers werden tevens op naam van de
Vereniging Goede Raad u.a. gezet waardoor er in één klap 119 aandelen op één
naam werden gesteld. Het evenwicht in de RTC was voorlopig hersteld, de aandeelhoudersvergadering meer in balans.

Zo gezegd zo gedaan. Er werd een enorme papierwinkel opgestart die resulteerde in de afgifte van de bedrijfsvergunning op naam van de Vereniging Goede Raad u.a.. ( Via een tussencontructie van en vof van alle taxiondernemers met de vereniging "Eendracht maakt macht" waarbij de laatstgenoemde na één minuut uitstapte en de resterende leden de Vereniging Goede Raad u.a. vormden) Er werd een statuut opgesteld met daarin twee belangrijke doelstellingen, verwoord namelijk ( Het bijstaan van taxiondernemers op sociaal en economisch gebied)

Met dank aan Sjaak de Winter voor het geschrevene.